Ik oké, jij oké

Als ik aan mijn bureau zit, fluistert ze me zachtjes toe: 'Die jurk die je aanhebt, die kan echt niet.' Een aantal jaar geleden zou ik behoorlijk van streek zijn geraakt door zo’n opmerking. Ik zou namelijk gedacht hebben dat deze opmerking op mij sloeg. Mijn jurk is niet mooi, nou dan zal het met mij wel niet veel beter zijn. Maar ik ben een nieuw koers gaan varen. Ik heb ontzettend veel zelfvertrouwen en ik kijk met een andere bril naar de wereld.

Die andere bril zorgt ervoor dat ik altijd (probeer) het goede in mensen zie. De ander kan wel dingen doen of zeggen waar ik het niet mee eens ben, maar dat wil nog niet zeggen dat de ander niet oké is. Bovendien betrek ik zaken ook niet meer op mezelf, maar vraag ik waarom de ander die opmerking maakt en vertel wat het met me doet.

Oftewel: ik oké, jij oké. Het voordeel is dat je een mildere discussie met iemand kunt voeren over onderwerpen waar je het niet mee eens bent.

We laten ons vaak leiden door onze eigen blik op de wereld. Als je vanuit een boosheid of wantrouwen kijkt naar de mensen om je heen, dan zie en hoor je alleen dingen die je boosheid of wantrouwen voeden. De ander kan het dan ook nooit goed doen.

Stel je maar eens voor dat er op straat een onbekende naast je komt lopen. Je eerste reactie zal zijn: ‘Doe eens normaal, joh!’. Maar als je uitgaat van ‘ik oké, jij oké’ dan denk je wat leuk en kun je een gesprek aangaan. En dat hoeft geen groot onderwerp te zijn, het kan al met een hallo beginnen.  

Maar hoe pak je dat aan? De manier waarop je naar anderen kijkt, heeft te maken met de patronen waarin je zit. Deze zijn van oudsher ontstaan om te overleven. Daar moet je dankbaar voor zijn, want die patronen hebben je gebracht waar je nu bent. Maar die zitten je ook soms in de weg. Die patronen zijn niet zomaar verdwenen. Je moet ze eerst leren herkennen.

Ik help regelmatig mensen om die patronen te leren herkennen. Het gaat niet vanzelf en het kost tijd. Je moet zeg maar een nieuw karrenspoor weten te vinden. Voor de een betekent het dat ik vaker moet zeggen ‘je doet het hartstikke goed’ als diegene zegt dat hij of zij het nooit goed doet. Bij de ander kan ik oelewapper zeggen als hij in oude patronen vervalt. En bij jezelf? Je lacht erom als je merkt dat je in weer in een oud patroon stapt.

Ik verzeker je dat als je uitgaat van ‘ik oké, jij oké’ de wereld veel mooier en gekleurder is en je op een ander, milder niveau met mensen kunt communiceren. En, als je mijn kleding echt niet mooi vindt staan, laat het me gerust weten. Dan hebben we daarna een goed gesprek over waarom ik daarvoor gekozen heb. Dan ben ik je daarna dankbaar voor je eerlijkheid.