Ik troost je niet

Ik kijk mijn gesprekspartner aan. Hij is verdrietig, maar wil niet huilen. Ik luister naar zijn verhaal en laat hem praten. En dan gaan de sluizen open. Hij huilt. Ik laat hem huilen.

We zijn normaal gesproken zo gewend om iemand die verdrietig is te troosten, dat er geen ruimte meer is voor zijn verdriet. Wat er op dat moment eigenlijk gebeurt, is dat je last hebt van het verdriet. En je gaat je er zelf rot door voelen. Het verdriet van de ander confronteert jou met je eigen verdriet. En door te troosten zeg je eigenlijk dat de ander geen verdriet mag hebben (omdat jij er zelf zoveel last van hebt).

Daar beginnen we al vroeg mee. Toen onze kinderen nog klein waren, wilden we konijnen voor ze kopen. Dat werd ons afgeraden, want konijnen gaan dood en dan zijn de kinderen verdrietig. En dat is natuurlijk het verschrikkelijkste wat er is: verdrietige kinderen. De konijnen zijn er uiteraard gekomen en zijn inmiddels ook al dood. Niet om de kinderen te leren wat verdriet is hoor, wees maar niet bang. Maar, we zijn het in ieder geval niet uit de weg gegaan.

Niet alleen het verdriet van kinderen, maar elk verdriet vinden we verschrikkelijk. En dat is niet omdat de ander zich zo rot voelt. Nee, we voelen onszelf er rottig door. We betrekken het verdriet namelijk op onszelf. En daarom proberen we het zoveel mogelijk te vermijden en te voorkomen dat iemand anders verdriet heeft.

Dat begint al met de vraag: 'waarom ben je verdrietig?' Die durven we vaak al niet te stellen. Bang om emoties te zien krijgen waar we zelf geen raad mee weten. Als we het verdriet te zien krijgen dan proberen we het weg te halen door te troosten. Maar je kunt verdriet niet weghalen of minder maken. Door te troosten zeg je alleen 'jouw verdriet mag er niet zijn, omdat het mij een unheimisch gevoel geeft.'

Verdriet hoort nou eenmaal bij het leven, het maakt je leven compleet, net als andere emoties. En het mooie is: het gaat ook weer over. Maar, dan moet iemand wel de ruimte krijgen om het verdriet te laten zien. Dus we moeten we af van het oordeel dat iemand anders geen verdriet mag hebben. In plaats van te troosten, luister je naar wat de ander te vertellen heeft. Of je laat hem of haar alleen huilen.

Mijn gesprekspartner uit het begin van dit verhaal was opgelucht na onze ontmoeting. Doordat ik mijn mond hield, kwamen zijn echte emoties naar boven. Door niet te oordelen over wie hij moest zijn, of hoe hij zich moest voelen, kon hij echt laten zien hoe hij zich voelde. Het verdriet kwam daarbij naar boven. Iets wat nog niet eerder was gelukt.

Praat je met iemand die verdrietig is, sla dan geen arm om diegene heen. Oordeel niet en luister alleen. Zie maar wat er gebeurt. En als je mij spreekt, als je verdrietig bent: ik troost je niet (maar ik luister wel)